-O-
-O-
Oc, d’
Vin de Pays uit de Midi. Deze regionale herkomstbenaming mag worden gebruikt voor alle rode, rosé en witte Vins de Pays uit de gehele Languedoc-Rousillon. De kwaliteit en stijl van de wijnen is zeer verschillend: er zijn matige en slechte wijnen,maar ook in toenemende mate goede tot zeer goede. Opvallend is de sterke opkomst van de monocépage-wijnen, wijnen gemaakt van slechts één druivenvariëteit. Vooral de cabernet sauvignon, merlot en syrah worden gebruikt voor de rode cépage-wijnen; van de witte druiven maken de sauvignon-blanc, chardonnay en sinds kort ook de viognier furore. Een zeer heterogene, maar ook een van de meeste dynamische herkomstbenamingen van Frankrijk.
Oenologie
Wetenschap van de wijnbereiding. Zowel de vinificatie als de opvoeding of rijping van de wijnen vallen hier onder. De enorme toename van de kennis in de laatste decennia door het oenologisch onderzoek over de gehele wereld, heeft in de wijnwereld een ware revolutie veroorzaakt. Door de oenologie leerde men de processen van de wijnbereiding doorgronden en kreeg zo greep op de diverse processen tijdens de vinificatie en rijping van wijn. Door technische hulpmiddelen te ontwikkelen verfijnde men de keldertechniek zodanig dat de meeste fouten tijdens de gisting en rijping vroegtijdig kunnen worden opgespoord en bijgestuurd. Men werd hierdoor veel minder afhankelijk van geluk om een goede wijn te kunnen maken dan voorheen. Met name in Frankrijk ontwikkelde men nieuwe technieken, andere landen volgden spoedig. De huidige relatief hoge gemiddelde kwaliteit van de wijnen (ook de eenvoudige) is voor een groot deel te danken aan de oenologie.
Oenoloque, oenoloog
Wijnbouwkundig ingenieur. Houdt zich bezig met de wijnbereiding. De meeste keldermeesters hebben oenologie aan de universiteit gestudeerd en zijn dus oenoloog.
Op dronk
Een wijn is op dronk als hij goed drinkbaar is. De wijn heeft genoeg rijping gehad om gedronken te kunnen worden. Drinkrijp is een andere term voor op dronk.
Open wijn
Schenkwijn, wijn die in een horecagelegenheid per glas wordt verkocht. Er is dus altijd een open fles aanwezig. Een wijn die alleen per fles wordt verkocht, is dus geen open wijn.
Opleggen
Het gedurende langere tijd (verscheidene jaren) op fles laten rijpen van een wijn. Het zijn meestal jonge, krachtige wijnen die nog niet op dronk zijn, die men oplegt. Voorbeelden hiervan zijn: grand cru classé-wijnen uit de Haut-Médoc uit zeer goede wijnjaren, goede rode Hermitages, enz.
Opvoeding
Term die – naar analogie van het Franse élevage – wordt gebruikt voor het rijpen of grootbrengen van een wijn. Het proces dat de wijn ondergaart na de gisting tot de botteling. De wijn krijgt door de verschillende behandelingen tijdens zijn opvoeding zijn specifieke eigenschappen. Middels de opvoeding bepaalt de wijnmaker voor een groot deel het uiteindelijke karakter (en de kwaliteit) van de wijn. De behandeling die de wijn tijdens zijn opvoeding ondergaat, kunnen voor een groot deel worden geschaard onder het begrip: rijping. Meestal wordt hiermee de rijping van een nog jonge wijn op eikenhouten vaten bedoeld.
Organische stoffen/verbindingen
Stoffen die door levende organismen kunnen worden gemaakt. Ze bestaan meestal hoofdzakelijk uit koolstof, waterstof en zuurstof. Alcohol, suikers, tannines, bepaalde zuren, enz. zijn organische verbindingen.
Ouderwets
Karakterisering van de stijl van een wijn. Andere en iets minder positieve benaming voor klassiek.
Ouillage
Het regelmatig bijvullen van houten wijnvaten waarin de wijn ligt te rijpen. Doordat er voortdurend wijn in geringe hoeveelheden verdampt door de houten duigen van het vat zakt het vloeistofniveau en komt er lucht (en zuurstof) boven de wijn. Door het voortdurend bijvullen van het vat met wijn, om het vloeistofniveau in het houten vat niet te sterk te laten dalen, voorkomt men een te langdurig en intensief contact van de wijn met lucht (en dus zuurstof) en daarmee een te sterke oxidatie. Met name bij kleine vaten met een kleine inhoud zoals barriques is een regelmatige bijvulling essentieel voor een goede, evenwichtige ontwikkeling van de daarin rijpende wijn.
Oxidatie
Chemisch proces waarbij meestal zuurstof wordt gebonden en veroudering optreedt. Oxidatie veroorzaakt zowel in de kleur als de geur en smaak van een wijn grote veranderingen. Bij witte wijnen verandert de kleur van licht groenig via licht geel naar bruingeel. Bij rode wijn van paars via rood naar bruin. De mate van oxidatie bepaalt voor een groot deel de geur- en smaakkarakteristiek van een wijn. Reductieve wijnbereiding (geen oxidatie) bevordert een fris, fruitig en vaak bloemig karakter. Oxidatieve wijnbereiding geeft de wijnen meer notige, karamelachtige, aardse en kruidige nuances. Vaak laat men de wijnen een reductieve (gisting) en een oxidatieve fase (rijping) doormaken. Er zijn dus wijnmaakmethodes waarbij men oxidatie (beperkt) laat optreden (oxidatief, klassiek) en waarbij men oxidatie zoveel mogelijk uitsluit (reductief, modern). In wijn komen oxidatieprocessen veelvuldig voor, met name tijdens de rijping. Vooral witte wijnen met een laag zuurgehalte zijn vatbaar voor oxidatie. Men voorkomt oxidatie tijdens de alcoholische gisting door deze in voor lucht (dus zuurstof) afgesloten roestvrijstalen vaten te laten plaatsvinden. Niet alleen bij de gisting, maar ook tijdens de rijping van de wijn kan oxidatie optreden. Bij de moderne wijnmaakmethoden laat men deze rijping bij voorkeur in grote, luchtdicht afgesloten vaten van roestvrij staal of beton, het liefst onder lage (kelder)temperaturen plaatsvinden. Is beperkte oxidatie gewenst, dan laat men de wijn in open vaten gisten en laat men hem rijpen in houten vaten. Rijping in kleine eikenhouten vaten brengt (geleidelijke) oxidatie men zich mee, omdat hout poreus is voor zuurstof. De afmeting van het vat en de constitutie van de wijn zelf – het zijn allemaal bepalende factoren voor de mate waarin oxidatie plaatsvindt. Deze lichter en geleidelijke oxidatie geeft sommige wijnen extra zachtheid, volheid en nuanceringen. Rijping in de fles is zeker in de eerste jaren reductief, omdat er geen lucht bij de wijn kan komen. Op de langere termijn treedt ook in de fles oxidatie op. Sommige druivenvariëteiten hebben meer last van oxidatie dan andere; dat wil zeggen dat de wijn die er van wordt gemaakt onder dezelfde omstandigheden sneller en meer oxideert dan de wijnen gemaakt van andere druiven. Met name de ugni blanc, carignan, malvasia en kadarka leveren wijnen die vatbaar zijn voor oxidatie. Druivenvariëteiten die minder last hebben van oxidatie zijn bijvoorbeeld de cabernet sauvignon, riesling, nebiolo en syrah. Wanneer men spreekt van een geoxideerde wijn, dan wordt daarmee meestal een wijn bedoeld die een te sterke oxidatie heeft ondergaan en daardoor stalig of onaangenaam is gaan smaken (een fout). Wanneer men spreekt van een gelegen en uitgerijpte wijn, is er ook sprake van oxidatie maar den goed gedoseerd en in beperkte mate. Er zijn ook wijnen die juist hun speciale karakter krijgen door een vergevorderde oxidatie. Voorbeelden zijn madera, Banyules, vin santo en sherry.
Oc, d’
Vin de Pays uit de Midi. Deze regionale herkomstbenaming mag worden gebruikt voor alle rode, rosé en witte Vins de Pays uit de gehele Languedoc-Rousillon. De kwaliteit en stijl van de wijnen is zeer verschillend: er zijn matige en slechte wijnen,maar ook in toenemende mate goede tot zeer goede. Opvallend is de sterke opkomst van de monocépage-wijnen, wijnen gemaakt van slechts één druivenvariëteit. Vooral de cabernet sauvignon, merlot en syrah worden gebruikt voor de rode cépage-wijnen; van de witte druiven maken de sauvignon-blanc, chardonnay en sinds kort ook de viognier furore. Een zeer heterogene, maar ook een van de meeste dynamische herkomstbenamingen van Frankrijk.
Oenologie
Wetenschap van de wijnbereiding. Zowel de vinificatie als de opvoeding of rijping van de wijnen vallen hier onder. De enorme toename van de kennis in de laatste decennia door het oenologisch onderzoek over de gehele wereld, heeft in de wijnwereld een ware revolutie veroorzaakt. Door de oenologie leerde men de processen van de wijnbereiding doorgronden en kreeg zo greep op de diverse processen tijdens de vinificatie en rijping van wijn. Door technische hulpmiddelen te ontwikkelen verfijnde men de keldertechniek zodanig dat de meeste fouten tijdens de gisting en rijping vroegtijdig kunnen worden opgespoord en bijgestuurd. Men werd hierdoor veel minder afhankelijk van geluk om een goede wijn te kunnen maken dan voorheen. Met name in Frankrijk ontwikkelde men nieuwe technieken, andere landen volgden spoedig. De huidige relatief hoge gemiddelde kwaliteit van de wijnen (ook de eenvoudige) is voor een groot deel te danken aan de oenologie.
Oenoloque, oenoloog
Wijnbouwkundig ingenieur. Houdt zich bezig met de wijnbereiding. De meeste keldermeesters hebben oenologie aan de universiteit gestudeerd en zijn dus oenoloog.
Op dronk
Een wijn is op dronk als hij goed drinkbaar is. De wijn heeft genoeg rijping gehad om gedronken te kunnen worden. Drinkrijp is een andere term voor op dronk.
Open wijn
Schenkwijn, wijn die in een horecagelegenheid per glas wordt verkocht. Er is dus altijd een open fles aanwezig. Een wijn die alleen per fles wordt verkocht, is dus geen open wijn.
Opleggen
Het gedurende langere tijd (verscheidene jaren) op fles laten rijpen van een wijn. Het zijn meestal jonge, krachtige wijnen die nog niet op dronk zijn, die men oplegt. Voorbeelden hiervan zijn: grand cru classé-wijnen uit de Haut-Médoc uit zeer goede wijnjaren, goede rode Hermitages, enz.
Opvoeding
Term die – naar analogie van het Franse élevage – wordt gebruikt voor het rijpen of grootbrengen van een wijn. Het proces dat de wijn ondergaart na de gisting tot de botteling. De wijn krijgt door de verschillende behandelingen tijdens zijn opvoeding zijn specifieke eigenschappen. Middels de opvoeding bepaalt de wijnmaker voor een groot deel het uiteindelijke karakter (en de kwaliteit) van de wijn. De behandeling die de wijn tijdens zijn opvoeding ondergaat, kunnen voor een groot deel worden geschaard onder het begrip: rijping. Meestal wordt hiermee de rijping van een nog jonge wijn op eikenhouten vaten bedoeld.
Organische stoffen/verbindingen
Stoffen die door levende organismen kunnen worden gemaakt. Ze bestaan meestal hoofdzakelijk uit koolstof, waterstof en zuurstof. Alcohol, suikers, tannines, bepaalde zuren, enz. zijn organische verbindingen.
Ouderwets
Karakterisering van de stijl van een wijn. Andere en iets minder positieve benaming voor klassiek.
Ouillage
Het regelmatig bijvullen van houten wijnvaten waarin de wijn ligt te rijpen. Doordat er voortdurend wijn in geringe hoeveelheden verdampt door de houten duigen van het vat zakt het vloeistofniveau en komt er lucht (en zuurstof) boven de wijn. Door het voortdurend bijvullen van het vat met wijn, om het vloeistofniveau in het houten vat niet te sterk te laten dalen, voorkomt men een te langdurig en intensief contact van de wijn met lucht (en dus zuurstof) en daarmee een te sterke oxidatie. Met name bij kleine vaten met een kleine inhoud zoals barriques is een regelmatige bijvulling essentieel voor een goede, evenwichtige ontwikkeling van de daarin rijpende wijn.
Oxidatie
Chemisch proces waarbij meestal zuurstof wordt gebonden en veroudering optreedt. Oxidatie veroorzaakt zowel in de kleur als de geur en smaak van een wijn grote veranderingen. Bij witte wijnen verandert de kleur van licht groenig via licht geel naar bruingeel. Bij rode wijn van paars via rood naar bruin. De mate van oxidatie bepaalt voor een groot deel de geur- en smaakkarakteristiek van een wijn. Reductieve wijnbereiding (geen oxidatie) bevordert een fris, fruitig en vaak bloemig karakter. Oxidatieve wijnbereiding geeft de wijnen meer notige, karamelachtige, aardse en kruidige nuances. Vaak laat men de wijnen een reductieve (gisting) en een oxidatieve fase (rijping) doormaken. Er zijn dus wijnmaakmethodes waarbij men oxidatie (beperkt) laat optreden (oxidatief, klassiek) en waarbij men oxidatie zoveel mogelijk uitsluit (reductief, modern). In wijn komen oxidatieprocessen veelvuldig voor, met name tijdens de rijping. Vooral witte wijnen met een laag zuurgehalte zijn vatbaar voor oxidatie. Men voorkomt oxidatie tijdens de alcoholische gisting door deze in voor lucht (dus zuurstof) afgesloten roestvrijstalen vaten te laten plaatsvinden. Niet alleen bij de gisting, maar ook tijdens de rijping van de wijn kan oxidatie optreden. Bij de moderne wijnmaakmethoden laat men deze rijping bij voorkeur in grote, luchtdicht afgesloten vaten van roestvrij staal of beton, het liefst onder lage (kelder)temperaturen plaatsvinden. Is beperkte oxidatie gewenst, dan laat men de wijn in open vaten gisten en laat men hem rijpen in houten vaten. Rijping in kleine eikenhouten vaten brengt (geleidelijke) oxidatie men zich mee, omdat hout poreus is voor zuurstof. De afmeting van het vat en de constitutie van de wijn zelf – het zijn allemaal bepalende factoren voor de mate waarin oxidatie plaatsvindt. Deze lichter en geleidelijke oxidatie geeft sommige wijnen extra zachtheid, volheid en nuanceringen. Rijping in de fles is zeker in de eerste jaren reductief, omdat er geen lucht bij de wijn kan komen. Op de langere termijn treedt ook in de fles oxidatie op. Sommige druivenvariëteiten hebben meer last van oxidatie dan andere; dat wil zeggen dat de wijn die er van wordt gemaakt onder dezelfde omstandigheden sneller en meer oxideert dan de wijnen gemaakt van andere druiven. Met name de ugni blanc, carignan, malvasia en kadarka leveren wijnen die vatbaar zijn voor oxidatie. Druivenvariëteiten die minder last hebben van oxidatie zijn bijvoorbeeld de cabernet sauvignon, riesling, nebiolo en syrah. Wanneer men spreekt van een geoxideerde wijn, dan wordt daarmee meestal een wijn bedoeld die een te sterke oxidatie heeft ondergaan en daardoor stalig of onaangenaam is gaan smaken (een fout). Wanneer men spreekt van een gelegen en uitgerijpte wijn, is er ook sprake van oxidatie maar den goed gedoseerd en in beperkte mate. Er zijn ook wijnen die juist hun speciale karakter krijgen door een vergevorderde oxidatie. Voorbeelden zijn madera, Banyules, vin santo en sherry.











